Methods

Aandacht

Omdat we baby’s niet kunnen vragen wat ze weten of wat ze ergens van vinden moeten we daar op een slimme manier achter zien te komen!

Uit de aandacht die een baby heeft voor iets dat tijdens het experiment gebeurt kunnen we afleiden hoe de baby die informatie heeft verwerkt.

Kijktijd: Een baby geeft met kijkgedrag die aandacht weer: langer kijken is meer aandacht, korter kijken is minder aandacht.

Ook aandacht voor iets dat ze te horen krijgen (taal) kun je afleiden uit kijkgedrag!

Kijkrichting: Bij dit soort onderzoek wordt gebruik gemaakt van een Eyetracker. Dit is een ingenieus apparaat wat ingebouwd zit in een beeldscherm waarop de filmpjes te zien zijn. Het bestaat uit een aantal kamera’s en een aantal infrarood lampjes. Door middel van de weerkaatsing van het ongevaarlijke infrarood licht op de ogen kan het apparaat precies beoordelen waarnaar een baby op welk moment kijkt. Omdat we weten dat mensen geneigd zijn te focussen op zaken die ze informatief of interessant vinden, kunnen we met dit apparaat bepalen wat voor een baby aan een plaatje belangrijk is.

Pupil dilation: Daarnaast kunnen we ook hoe groot de pupillen zijn tijdens het kijken. Dit laatste is vooral interessant omdat bekend is dat hoe harder je nadenkt, hoe groter je pupillen. Dit geeft ons dus een maat van hoe hard de baby’s over een zekere presentatie nadenken. Zoals u begrijpt kunnen we met al deze informatie afhankelijk van het gepresenteerde beeldmateriaal vele interessante vragen beantwoorden!

Spraak

Voor onderzoek naar de taalontwikkeling van baby’s proberen we baby’s vanaf anderhalf jaar ook woordjes te laten zeggen. Ze krijgen dan plaatjes te zien van bekende voorwerpen, of we vragen of ze woorden na kunnen zeggen. Er wordt een geluidsopname gemaakt van de spraak van het kind, die later heel precies geanalyseerd wordt.

Observatie & Interactie

Tijdens verschillende speelsessies wordt het gedrag van baby’s bestudeerd. Door middel van deze observaties hopen wij meer inzicht te krijgen in de emotionele en gedragsstrategieën van baby’s. Ook hopen wij meer te leren over hun sociaal cognitieve ontwikkeling. Iedere speelsessie is anders. In sommige sessies mag de baby, samen met hun ouder of de labassistent, met speelgoed spelen dat zij kennen, maar in andere sessies zal dit speelgoed onbekend zijn voor de baby. In weer andere speelsessies laten we aan baby’s zien hoe zij kunnen spelen met een interessant object en proberen wij hen aan te sporen om ons na te doen.

Hersenactiviteit (EEG)

Voor sommige onderzoeken maken we gebruik van EEG. Met behulp van EEG (electro-encephalografie) kan de hersenactiviteit van baby’s gemeten worden. Hierbij krijgen de baby’s een soort badmuts op, met sensoren waarmee we de hersengolfjes kunnen registreren. Zo kan direct gemeten worden wat er gebeurt in de babybreintjes terwijl ze de wereld om zich heen waarnemen. Dit gaat helemaal vanzelf terwijl de baby alleen maar hoeft te luisteren naar klanken of hoeft te kijken naar beelden op een scherm. De ouder/verzorger blijft er altijd bij zitten.

Optical imaging (fNIRS)

Met behulp van NIRS (near infra-red spectroscopy) kan op een veilige en babyvriendelijke manier gemeten worden waar in het babybrein hersenactiviteit plaatsvindt. De baby krijgt een hoofdband met met piepkleine LED-lampjes en lichtdetectoren op. Het licht schijnt op het bovenste gedeelte van de hersenen, de cortex, en wordt dan weer opgepikt door de detectoren op de hoofdband. Een gedeelte van het licht wordt in de cortex geabsorbeerd door hemoglobine, eiwit in het bloed. Op deze manier kan je het verschil in intensiteit meten tussen de lichtsterkte die erin gaat en die er uit komt. In een actief hersengebied neemt de bloedtoevoer, en dus de hemoglobine, toe, waardoor op die plek meer licht wordt geabsorbeerd.

Wilt u graag mee doen aan een onderzoek van Babylab, ga dan naar de pagina Aanmelden.